089. Bijbelstudie over

DE DREMPEL - HAMIF’TAN

]tpmh

 

 

Wie kent niet de typisch Nederlandse uitdrukkingen “drempelvrees”, “drempelverhoging” en “drempelverlaging” of gezegden als “op de drempel van een nieuw tijdperk staan”, “tussen deur en drempel zitten”, “iemands drempel betreden”, “iemands drempel platlopen”, “iemand over de drempel heen helpen” of “over de drempel springen”? Op dat laatste kom ik straks nog uitgebreid terug. En wie van u heeft wel eens gezegd: “Hij (of zij) komt niet over mijn drempel”? U ziet dat er heel wat over de drempel gezegd wordt zonder daar verder bij stil te staan, puur vanwege het feit dat het zo diep in ons taalgebruik verankerd is. En toch heeft het woord drempel in deze zegswijzen vaak een overdrachtelijke, symbolische betekenis, die lijkt samen te hangen met het geloof aan drempelgeesten en met archaïsche overgangsriten. Elke taal is rijk aan uitdrukkingen, spreekwijzen, spreekwoorden en gezegden, en zo ook de Nederlandse taal. Toch niet alle gezegden zijn kosher en onschuldig. Doorgaans juist niet! Zonder dat men het doorheeft hebben ze maar al te vaak een occulte achtergrond. Neem bijvoorbeeld de bekende uitdrukking: “Joost mag het weten”. Wees eerlijk: hoe vaak heeft u dat niet zelf ook gezegd in bepaalde situaties? Maar mag ik u dan vragen wie Joost is? Weet u het? Nee? Waarom zegt u dan dat Joost het mag weten als u niet eens weet over wie u het heeft? Wel, Joost weet het inderdaad, want Joost is namelijk niemand minder dan de duivel zelf. U gelooft mij niet? Kijk dan maar in de Dikke van Dale. Daar staat het: Joost is een andere naam voor de duivel! Dus elke keer als men dat zegt geeft men hem de eer. Hetzelfde is het geval met de gezegden: “Dank je de koekoek” en “Loop naar de koekoek!”; want ook daar wordt de duivel mee bedoeld. Van dit laatste zijn er overigens nog twee andere varianten: “Loop naar de ratsmodee" (plat Amsterdams vanuit het Jiddisch) en: “Loop naar de drommel”, wat ook op hetzelfde neerkomt. Over de drommel zijn er overigens nog meer gezegden zoals: “Daar mag de drommel uit wijs worden”, “Daar speelt de drommel mee” en “Om de drommel niet”. In vroegere tijden nam men niet graag het woord duivel in de mond, maar verwees men dus liever naar hem met benamingen als Joost, koekoek en drommel. Velen weten dat echter niet, want deze uitdrukkingen zijn tegenwoordig zodanig ingeburgerd dat men zich er niet meer van bewust is dat men het over de duivel heeft en dus zegt men het in onwetendheid. Oude gezegdes en gebruiken zijn zoals ik reeds aanhaalde tegenwoordig nog steeds aanwezig in ons dagelijks leven, ook al weten we vaak niet meer wat de oorsprong is. Wat dacht u bijvoorbeeld van de uitdrukking: “even afkloppen”? Hebt u het wel eens meegemaakt dat er gezegd is: “Ik heb gelukkig nog nooit kiespijn gehad - even afkloppen!”? Het gebruik om het met betrekking tot het ter sprake gebrachte onheil door kloppen of tikken met de knokkels op hout te bezweren wordt al vele eeuwen als vanzelfsprekend gezien en vormt dus de achtergrond van deze uitdrukking. Vroeger waren de mensen behoorlijk bijgelovig. Geloof en bijgeloof zijn nauw met elkaar verbonden. Al vanaf haar begin heeft de kerstening, de verspreiding van het christelijke geloof, gezorgd voor de versmelting van elementen uit de christelijke en de lokale ‘heidense’ religies. Dat was vroeger zo in het oude Europa en dat is nog steeds het geval in de landen van de zogenaamde derde wereld. Bijgeloof is een geloof in allerlei bovennatuurlijke verschijnselen. Het is oeroud en universeel. Bijgeloof is diepgeworteld. Allerlei voorvalletjes werden gezien als tekens die een waarschuwing van de goden inhielden tegen komend onheil. Als je over de drempel struikelde bij het verlaten van het huis in de morgen, kon je maar beter thuis blijven die dag. In de hedendaagse New Age bewegingp een New Age- zegt men: “Plaats zout op de drempel van het huis en al het kwaad blijft buiten.” aanhaalde geval in de landen van de zogenaamde derde wereld. En daarmee zijn we dus weer terug bij het onderwerp waar deze studie mee begon, namelijk de drempel. Op Wikipedia kwam ik het volgende artikeltje hierover tegen: “In vroeger tijd heerste er, met name op het platteland, een bijgeloof dat de duivel onder de drempel van elk huis zou wonen. Het was daarom taboe om bij het in- of uitgaan van een woning op de drempel te stappen; dit zou namelijk de duivel wekken en zodoende ongeluk brengen. Men moest dus over de drempel heen stappen. Uit dit bijgeloof stamt ook het gebruik dat een bruidegom zijn bruid over de drempel van het huis tilt. Door haar bruidsjurk kan zij immers niet goed zien waar zij haar voeten neerzet. Om een slecht begin van het huwelijk te voorkomen, tilt de bruidegom haar over de drempel.” Ook hier in Nederland is dit gebruik al sinds de Romeinse tijd bekend, maar uit een recent onderzoek blijkt dat bruiden nog steeds graag over drempel gedragen willen worden. Voornamelijk Britse vrouwen hechten volgens dit onderzoek nu evenveel belang aan de trouwtradities als vroeger. Zo wil 78 procent van hen nog steeds door de bruidegom over de drempel gedragen worden. Deze traditie zou volgens de onderzoekers veel geluk brengen om meerdere redenen. Ten eerste beschermt het de nieuwe bruid tegen boze geesten, want het idee erachter was dat de demonen en boze geesten uit het ouderlijk huis van de bruid haar niet zouden volgen. Ten tweede zou het huwelijk gedoemd zijn om te mislukken als een vrouw over de drempel struikelt bij het binnengaan, want dat werd gezien als een slecht omen. Ten derde zouden de zielen van overledenen onder de drempel zitten en deze zielen wilde men niet storen op deze blijde dag. Daarom draagt de bruidegom de bruid over de drempel. Hoewel ook de meeste Britse koppels dit bijgeloof vinden, willen ze toch geen 'vloek' over hun huwelijk. Maar er is ook nog een andere verklaring die wat meer realistisch overkomt: wanneer de bruid als eerste over de drempel zou stappen dan had ze het de rest van het huwelijk voor het zeggen. Het ligt dus voor de hand dat het voor menige bijgelovige bruidegom derhalve een betere optie was om haar dan maar over de drempel dragen waarmee deze traditie bovendien het gezamenlijke binnentreden in de nieuwe woning symboliseert. De drempel vormt in talrijke landen en culturen een bron van bijgeloof. Zo meenden de Romeinen dat het ongeluk zou brengen als iemand bij het naar binnen gaan met de linkervoet het eerst over de drempel van een gebouw stapte. Daarom was er bij de deur altijd een knecht aanwezig die erop toezag dat dit niet zou gebeuren en de gast adviseerde om met de rechter voet als eerste over de drempel te stappen. In Engeland wordt de huisknecht die opendoet misschien om deze reden nog steeds 'footman' genoemd. Ook bij het betreden van een nagebouwde Romeinse tempel van een godin in het Archeon te Alphen a/d Rijn worden de bezoekers erop gewezen dat ze eerst met de rechter voet over de drempel moeten stappen. In de meeste landen van de voormalige Sovjet-Unie, maar vooral in Rusland, Kazakstan en in de Oekraïne is het volksgeloof nog sterk aanwezig in het dagelijkse leven. Geef daar zeker geen hand of kus over de drempel van een voordeur als u daar op vakantie bent. Volgens het lokale bijgeloof dat teruggrijpt op heel oude overleveringen brengt dit namelijk ongeluk. Dat doet dus ook echt niemand. Bij begroeting of afscheid geven de Russen elkaar nooit de hand over de drempel. Volgens hen is de drempel van een huis namelijk de grens tussen binnen en buiten, tussen veiligheid en gevaar. De opvatting dat het onheilvol zou zijn als men zich tussen twee ruimten zou bevinden is daar nog alom aanwezig. Daarom worden bezoekers eerst naar binnen gehaald en dan pas begroet, want men geeft iemand geen hand boven de deurdrempel. Dat brengt ongeluk. Ook andere belangrijke handelingen mogen niet op de drempel plaatsvinden. Zo wordt er dus ook niets aan de deur gekocht. Ook in China moet men altijd over de drempel heen stappen, maar nooit op de drempel staan! De bewoners van Chinese boerderijen maken hun drempels extra hoog, niet alleen als bescherming tegen kleine dieren die niet in het huis mogen komen, maar ook tegen ongeluk. Kleine kinderen mogen niet in de buurt van de drempel spelen zodat hun niets kwaads kan overkomen. Ook in de kringen van de vrijmetselaars wordt er aandacht besteed aan de drempel. Op een van hun websites las ik de volgende uitleg: “De drempel vereist als symbool van de overgang tussen binnen- en buitenwereld, net als de deur, bepaalde riten en bijzondere aandacht. Van de drempel wordt in veel culturen gezegd dat er een eigen beschermgeest, een 'drempelwachter' in huist, die niet beledigd mag worden: De bruid wordt bij het eerste betreden van de echtelijke woning over de drempel gedragen, vermoedelijk om de drempelgeest voor te spiegelen dat ze al langer tot het huishouden behoort. Hij heeft het vermogen, ongewenste indringers buiten de deur te houden, bijvoorbeeld demonische wezens of heksen. In Japan strooit men daartoe zout op de drempel, dat geesten van doden afweert, in Europa werd dikwijls een pentagram in de drempel uitgesneden. Wachters in de vorm van beschermgoden of bovennatuurlijke dierfiguren flankeren vaak de drempel van heiligdommen.” Het bijgeloof met betrekking tot de drempel is dus oeroud en universeel. Men komt het in alle eeuwen en in alle culturen tegen.

 

Over de drempel springen

 

U vraagt zich nu waarschijnlijk af waarom ik dit allemaal opnoem en hoe ik er überhaupt zomaar bij kom om een Bijbelstudie over de drempel te schrijven. Dat is toch niet echt een voor de hand liggend onderwerp waaraan je een hele studie zou besteden. Bovendien is de Bijbel tot nu toe helemaal nog niet eens erbij gehaald. Wel, ik zal u even uitleggen wat mij hiertoe bewogen heeft. Een tijd terug kreeg ik een mailtje van een Messiasbelijdende Joodse dame die mij schreef dat een broeder haar een vraag stelde die zij hem helaas niet kon beantwoorden en dat zij daarom mij om raad wilde vragen. Het ging om het volgende: Met de instelling van Pesach werd gezegd dat het bloed van het lam aan de deurposten en bovendorpels gestreken moest worden met hysop (tvm> Sh’mot [Exodus] 12:21-23). Voorts leren wij in het tbhav V’ahav’ta dat na het im> Sh’ma gezegd wordt, dat wij de verbondstekst tussen de ogen, op onze hand en op onze deurposten moeten hebben. (,yrbd D’varim [Deuteronomium] 6:4-9). Daarmee geven we aan dat we het verbondsvolk zijn. Maar er schijnt volgens die broeder ook een “drempelverbond” te bestaan. Dat zou inhouden dat er over de drempel gesprongen wordt en dat zou dan weer betekenen dat wij daardoor afgescheiden worden van de boze machten der duisternis. Maar waar staat dat? Volgens die broeder zouden Joden dat van oudsher moeten weten. Maar deze Joodse dame wist er helaas niets van en daarom vroeg zij mij of ik haar zou kunnen helpen. Ik bedankte haar voor haar mailtje met de vraag hoe het nu zit met die drempelspringers. Ik schreef haar echter dat ik haar helaas nog ruim een maandje op mijn antwoord op deze vraag zou moeten laten wachten en wel om de volgende reden: ik kies namelijk nooit zelf de onderwerpen voor mijn Bijbelstudies die ik op mijn website plaats, maar vraag de Eeuwige om een onderwerp op mijn hart te leggen of om mij een teken te geven welk onderwerp ik moet behandelen. Dat had ik ook met betrekking tot deze Bijbelstudie gedaan en toen ik haar mailtje kreeg heeft de Eeuwige mij laten weten dat dit het onderwerp van mijn Bijbelstudie zou worden. Heel bijzonder! Ik kan daar dus nu pas nader op ingaan, maar ik kon haar in de tussentijd alvast meedelen dat het springen over de drempel occult is en beslist niet uit het Jodendom afkomstig is. Sterker nog: in hynpj Tz’fan’ya [Sefanja] 1:9 staat juist dat de Eeuwige allen zal straffen die over de drempel springen. Maar waar dat gebruik dan wel vandaan komt en wat het betekent komt in deze Bijbelstudie uitgebreid naar voren. Laten we deze tekst daarom wat nader onderzoeken. Waarom zegt de Eeuwige dat? En tegen wie zegt Hij het? Wat bedoelt Hij daarmee precies?

 

Het oordeel over de drempelspringers

 

In de nieuwe vertaling van de liberale Tanach zegt de Eeuwige: “Op die dag zal Ik straffen wie over de drempel springt!” en ook in de Willibrord-vertaling: “Op die dag zal Ik degenen straffen die over de drempel springen!”. De Leidse Vertaling formuleert het als volgt: “Kastijden zal Ik te dien dage allen die over de drempel springen!” en tenslotte de NBG-vertaling: “Ook zal Ik te dien dage bezoeking doen over allen die over de drempel springen!”. Op zich lijkt deze tekst mij in alle geciteerde vertalingen meer dan duidelijk: de Eeuwige zal degenen die over de drempel springen bezoeken, straffen, kastijden, maar waarom? Wat is er nou verkeerd aan om over de drempel te springen? Het maakt toch niets uit of je over de drempel heen stapt of er overheen springt? Dat komt toch op hetzelfde neer zou men zeggen. Of niet soms? Is het dan echt een zonde, dat iemand over de drempel springt? Blijkbaar wel, want anders zou de Eeuwige zich daar niet zo boos over maken. Zo te zien schijnt het wel iets heel ergs te zijn als haShem dat zo nadrukkelijk afkeurt. Maar wat is er nu precies mis mee? Wel, met alles in het achterhoofd wat hiervoor over het bijgeloof betreffende de drempel gezegd is lijkt deze tekst in de vertaling van de Groot Nieuws Bijbel meteen een stuk duidelijker en geeft tegelijk antwoord op deze vragen, want daar zegt de Eeuwige: “Als die dag aanbreekt straf ik hen die uit bijgeloof over de drempel van het heiligdom springen!”. Daar gaat het dus om: bijgeloof! Ik zei het al in de inleiding: geloof en bijgeloof zijn nauw met elkaar verbonden, maar het bijgeloof is niet van G’d! Integendeel! Hij haat het, want het is een vorm van afgoderij! Dat zelfs ook G’ds eigen volk Israël zich daaraan schuldig maakte, blijkt uit de hele Pasuq, waaruit het bovenstaande citaat genomen is. Laten we dit Schriftgedeelte daarom even in zijn geheel lezen in de juiste context, en vanwege de duidelijkheid in de vertaling van de Groot Nieuws Bijbel: “De Eeuwige zegt: ‘Alles vaag Ik weg van de aarde, alles zal verdwijnen: mens en dier, de vogels in de lucht, de vissen in de zee, de afgoden die mensen ten val brengen die van Mij niet willen weten. Ik zal de mensen vernietigen, zij zullen van de aarde verdwijnen, dat kondig Ik, de Eeuwige, aan! Dreigend hef Ik Mijn hand op tegen Yehuda [Juda], Ik keer me tegen de inwoners van Yerushalayim [Jeruzalem]. Ik vernietig hen die Ba’al daar nog vereren, zijn dienaars en zijn priesters; niemand zal hun naam nog kennen. Ik vernietig hen die neerknielen op de daken om de sterren van de hemel te aanbidden, die zweren bij mij, de Eeuwige, maar ook bij de god Milkom; die Mij, de Eeuwige, de rug toekeren, die Mij niet zoeken en naar Mij niet vragen.’ Wees stil als Elohim, de Eeuwige, verschijnt, de dag dat Hij komt, is dichtbij! De Eeuwige heeft een offermaal gereedgemaakt en de genodigden uitgekozen. De Eeuwige zegt: ‘Op de dag dat Ik die maaltijd houd, zal Ik de leiders van het volk straffen en ook de koningszonen, allen die vreemde gebruiken overnemen. Als die dag aanbreekt, straf ik hen die uit bijgeloof over de drempel van het heiligdom springen en die het paleis van de koning vullen met wat ze verkregen door geweld en bedrog. Dit kondig ik, de Eeuwige, aan: Als die dag aanbreekt, klinkt er geschreeuw uit de Vispoort, gehuil uit de Nieuwe Stad, oorverdovend gekraak vanuit de heuvels. Barst in huilen uit, bewoners van het Vijzelkwartier, alle kooplieden worden voorgoed tot zwijgen gebracht, alle geldhandelaren verdelgt. Als die tijd komt, zal Ik Yerushalayim [Jeruzalem] met een lamp doorzoeken, Ik zal de mannen straffen die gebogen zitten over de droesem van hun wijn, zelfvoldaan en onverschillig, die bij zichzelf denken: De Eeuwige doet geen goed, maar ook geen kwaad. Hun bezittingen zullen worden geplunderd, hun huizen verwoest. Als zij nog huizen bouwen, dan zullen zij die niet bewonen; en al planten zij wijngaarden, wijn zullen zij er niet van drinken.’ De grote dag van de Eeuwige is dichtbij, hij is dichtbij, hij komt zeer spoedig. Luister! Bitter zal die dag zijn, zelfs de dapperste held schreeuwt het uit. Die dag is een dag waarop Elohim Zijn woede koelt, een dag van verschrikking en gevaar, van ondergang en vernietiging, van donker en duisternis, van wolken en dichte nevel, een dag waarop de Shofar [ramshoorn] wordt geblazen, krijgsgeschreeuw weerklinkt, vestingen en hoge torens worden aangevallen. De Eeuwige zegt: ‘Ik drijf de mensen in het nauw, zodat zij rondtasten als blinden, want tegen Mij hebben zij zich verzet! Hun bloed vloeit weg, hun lichaam vergaat, het verdwijnt als stof en vuil. Hun zilver en goud kan hen niet redden op de dag dat Ik Mijn woede koel. Mijn woede is een vuur dat heel de aarde vernietigt! Alle mensen wacht de ondergang, onverwacht vinden zij hun einde!” (hynpj Tz’fan’ya [Sefanja] 1:2-18). Nou, dat is nogal wat! Het is een zeer ernstige waarschuwing voor ons allen die we zeer zeker ter harte moeten nemen, want ook al zijn deze woorden op de eerste plaats aan de Israëlieten gericht en in het bijzonder aan de inwoners van Yerushalayim [Jeruzalem], maar daarnaast heeft haShem het hier ook over alle mensen, over de bewoners van de gehele aarde. De Dag des Oordeels wordt hier door Hem zelf aangekondigd, Yom haDin, de dag waarop de Shofar geblazen wordt! De verzen 8 en 9 spreken ervan, dat de Eeuwige al degenen zal straffen, die zich met bijgelovige praktijken bezig houden en over de drempel springen. Het was in de oudheid een kanaänitisch bijgeloof dat als men over de drempel bij de ingang van een gebouw sprong dat rust en zegen voor het huis zou betekenen. De drempel was volgens deze mythe de zetel van de demonen die door het trappen erop gekrenkt zouden worden. Dit soort bijgelovigheden was in Israël nadrukkelijk van te voren verboden, want de Eeuwige zei tegen Moshe [Mozes]: “Wanneer je komt in het land dat de Eeuwige, je G’d, je gaat geven, neem dan niet de afschuwelijke praktijken over van de volken die je daar aantreft. - De Eeuwige, je G’d, heeft een diepe afschuw van allen die zich met zulke praktijken bezighouden; dat is ook de reden dat Hij die volken verdrijft.” (,yrbd D’varim [Deuteronomium] 18:9 en 12, Groot Nieuws Bijbel). Het ‘springen over de drempel’ was dus één van deze heidense praktijken die de Eeuwige hier verboden heeft en was gebruikelijk bij alle buurvolken van Israël, bij de Kanaänieten, bij de Moabieten en ook bij de Filistijnen. Wat de Kanaänieten betreft kan men tegenwoordig nog foto’s zien van oude kanaänitische huizen en kelders, waarin men geraamten van mensen en dieren onder de drempel vond. Dat was een rest van hun heidense godsdienst, want de Kanaänieten moesten, als zij een huis bouwden, de gunst van hun afgoden kopen, en zich tegen allerlei gevaren als aardbevingen, stormwinden, hongersnoden en overvallen beschermen door een offer aan de goden te brengen bij de bouw van het huis. Het lichaam van het slachtoffer werd dan begraven onder de drempel, waar ieder het huis binnenkwam. En, omdat die plaats van dat offer nu voortaan heilig was, stapte men bij het binnen- en buitengaan niet op de drempel, maar men sprong erover heen. Bij de Moabieten deed men datzelfde ook, alleen begroeven zij onder de drempel van hun huis geen slachtoffer, maar een afgodenbeeldje. Zo maakte men onlangs tijdens opgravingen onder een deuropening van een Moabitisch huis, wiens bewoners nog de dramatische tijd van de Assyrische en de Babylonische invasie meegemaakt hebben, een opmerkelijke vondst. Onder de stenen drempel vonden de archeologen een bijna volledig bewaard gebleven beeldje, dat een vrouwelijke afgod moest voorstellen. De identificatie als godin was vrij eenvoudig, want het beeldje had bepaalde kenmerken die ook van soortgelijke vondsten in Israël bekend zijn. Het bijzondere aan dit beeld was echter de kleding van deze vrouw, wiens parallelle ‘zusters’ uit Juda en Israël altijd met een naakt bovenlichaam optreden. Deze beeldjes met geaccentueerde blote borsten moeten de vruchtbaarheidsgodin Ashera (2 Kon 23:6-7) voorstellen in de huizen van de Israëlieten en de omliggende volken in Ammon, Moab en Edom. Zij moesten de huisgezinnen zegen brengen, die zich in een rijkdom aan kinderen en een goede oogst betoonde. Dat men dit beeldje juist onder de deurdrempel gevonden heeft, bewijst tevens haar functie als religieus voorwerp: zij diende dit Moabitisch gezin als beschermgodin voor de vijandige buitenwereld en voor de boze geesten die onrust en onheil in het huis brengen.

 

De ongeluksdrempel van Dagon

 

Zoals gezegd kenden ook de Filistijnen de praktijk van dat springen over de drempel, maar wel om een hele andere reden dan de omliggende volken. Dat had een bepaalde oorzaak en om die te kunnen begrijpen moeten we het volgende Schriftgedeelte lezen. Wij doen dat nu in de nieuwe vertaling van de liberale Tanach: “De ark van G’d, die bij Even-Ha’ezer door de Filistijnen was buitgemaakt, werd overgebracht naar Ashdod. Ze namen de ark op, brachten hem naar de tempel van Dagon en zetten hem daar naast het godenbeeld neer. De volgende morgen zagen de inwoners van Ashdod dat Dagon voorover was gevallen en voor de ark van de Eeuwige op de grond lag. Ze pakten het beeld op en zetten het weer op zijn plaats, maar toen ze de volgende morgen vroeg terugkwamen, lag Dagon weer voorover op de grond voor de ark. Alleen zijn romp was nog heel; zijn hoofd en zijn beide handen lagen afgehakt op de drempel. Daarom durven de priesters van Dagon en alle anderen die naar de tempel komen deze drempel tot op de dag van vandaag niet te betreden.” (a lavm> Sh’mu’el alef [1 Samuël] 5:1-5). Het is vers 5 waar het hier voornamelijk om gaat. In de andere vertalingen luidt die als volgt: “Daarom treden de priesters van Dagon en allen die de tempel van Dagon binnengaan, niet op de drempel van Dagon te Ashdod, tot op de huidige dag” (NBG-vertaling) - “Daarom zetten in Ashdod de priesters van Dagon en iedereen die de tempel van Dagon binnengaat hun voet niet op de drempel, tot op de dag van vandaag” (Willibrord-vertaling) en: “Daarom zetten in Ashdod de priesters van Dagon en alle bezoekers van de tempel van Dagon tot op de dag van vandaag hun voet niet op deze drempel” (Groot Nieuws Bijbel). De priesters van Dagon, een afgod van de Filistijnen, traden nooit meer op de drempel van Dagon’s tempel omdat het afgehouwen hoofd en beide handen van dat beeld na het oordeel van haShem op die drempel hadden gelegen. De G’d van Israël liet in de donkere stille nacht Zijn almachtige kracht uitgaan in de afgodentempel, en zonder dat iemand het beeld van Dagon ook maar met een vinger aangeraakt had, vond men het 's morgens aan scherven liggen, uitgestrekt voor de ark van Adonai. De priesters van Dagon hadden gezien hoe de brokken van hun afgod de drempel hadden aangeraakt en sindsdien plachten zij de drempel niet met hun voeten aan te raken. Die drempel was voortaan voor de Filistijnen een ”ongeluks-drempel”, waar men niet op trad, maar er wijdbeens overheen stapte. In de rabbijnse literatuur lezen wij over dit vers het volgende commentaar: Zij traden niet op de drempel, maar de Israëlieten waren hier zelfs nog veel zorgvuldiger mee dan de Filistijnen, want zij sprongen er overheen, maar daarvoor zouden zij door de Eeuwige el literatuur lezen wij over dit vers het volgende commentaar: g last vater verantwoording worden geroepen zoals Tz’fan’ya [Sefanja] schrijft: „En Ik zal ieder die over de drem­pel gesprongen is, straffen!” (Midrasj lavm> Sh’mu’el 11). Volgens deze rabbijnse uitleg hadden de Israëlieten het drempelspringen dus niet overgenomen, maar juist zelf bedacht. Hier heb ik persoonlijk mijn twijfels over, want voor deze stelling ontbreekt elk schriftuurlijk bewijs. Feit is in elk geval dat de Eeuwige een ieder zal straffen die het doet. Wie het bedacht heeft doet er niet toe.

 

Conclusie

 

Al dit bijgeloof ten opzichte van de drempel berust op angst en vrees, letterlijk drempelvrees, vrees dat rampspoed en onheil over de drempel het huis binnenkomt. Daarom ziet men in Israël en in de Arabische landen vaak een magisch handje met een oog, hcmx chamsa genaamd, bij de voordeur, een amulet dat het kwade buiten het huis moet houden. Al het in deze Bijbelstudie genoemde bijgeloof is een kwalijke zaak voor gelovige mensen, want daarmee toont men namelijk aan dat men maar het zekere voor het onzekere neemt omdat men blijkbaar onvoldoende vertrouwen heeft in de bescherming van de Eeuwige. Dat kan Hij natuurlijk niet ongestraft laten. Vandaar Zijn indringende waarschuwing in de eerder geciteerde teksten om met deze praktijken onmiddellijk te stoppen, want de Dag des Oordeels zal komen en een ieder zal naar zijn daden ter verantwoording geroepen worden. Wie echter zijn vertrouwen op de Eeuwige stelt, Hem dag en nacht om bescherming vraagt en schuilt onder Zijn vleugelen, zal door haShem niet teleur gesteld worden, want over de zelfde dag waarvan Hij gezegd heeft dat Hij allen zal straffen die uit bijgeloof over de drempel springen omdat zij de gewoonten der heidenen hebben overgenomen staat er ook geschreven: vaak een aempel berust op angst en vrees, letterlijk drempelvrees, vrees dat rampspoed en onheil ov “Op die dag zal in Yehuda [Juda] dit lied klinken: ‘Wij hebben een sterke stad, de Eeuwige biedt ons redding als een wal, als een muur. Open de poorten, opdat het rechtvaardige volk kan binnentreden, het volk van uw getrouwen. De standvastige is veilig bij u, vrede is er voor wie op u vertrouwt. Vertrouw altijd op de Eeuwige, alleen op hem, want de Eeuwige is een rots sinds mensenheugenis!” (vhyi>y Yeshayahu [sinds mensenheugenis. Jesaja] 26:1-4). Hiervan is er ook een bekend liedje, dat in de Messiasbelijdende Joodse kringen vaak gezongen wordt:

 

(4x) .,ymlvi rvj hvhy hyb yk (2x) di=ydi hvhyb vxub

 

Bit’chu baAdonai adei-ad, (2x) ki b’Yah Adonai tzur olamim! (4x)

 

Vertrouwt op Adonai voor altijd, (2x) want haShem Adonai is een eeuwige Rots! (4x)

 

Zoek uw toevlucht en bescherming niet in amuletten en doe niet mee met het bijgeloof der heidenen, maar vertrouw op de Eeuwige, want Hij wil u ter zijde staan in alle nare situaties en een engelenwacht rondom uw huis en rondom u en uw gezin stellen als u Hem erom vraagt. Hij wil Uw schild en uw Beschermer zijn als u uw hart voor Hem openstelt. Yeshua staat al geruime tijd bij u voor de drempel en zegt: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij!” (]vyzx Chizayon [Openbaring] 3:20).

 

Mag Yeshua bij u over de drempel komen… of heeft u nog last van drempelvrees?

 

Werner Stauder